Verdient de A10 de monumentenstatus?

Leestijd: 4 minuten

Moeten we het langste gebouw van Nederland, dat een vaste plaats heeft in het dagelijks leven van honderdduizenden gebruikers van de Ring zelf en van de inwoners direct aan de Ring, niet erkennen als monument?

Afgelopen zaterdag werd de aanloop naar de Week van de Stad afgetrapt met een dynamisch debat over de Ring A10 in het Van Eesterenmuseum. Inzet: moet en kan de A10 een Rijksmonument worden?

Voorafgaand aan het debat vond onder leiding van gids Karin Ruisch een wandeling plaats van het Bos en Lommerplein langs de A10, via het Bruggebouw en door de Kolenkitbuurt naar het Van Eesterenmuseum, waarin van de enorme diversiteit van dit gebied werd geproefd.

Vervolgens werd het onderwerp van de dag met drie goedgeïnformeerde en welbespraakte gasten in krap anderhalf uur verkend.

Maarten Kloos, voormalig directeur van ARCAM en co-auteur van het boek Ring A10, bracht voor het debat een kleurrijke ode aan de Ring. Met feiten, anekdotes en herinneringen bewoog zijn verhaal van de periode voor de A10 via de totstandkoming en de beleving tot de toekomst van de Amsterdamse Ring. Hij vond het in elk geval prachtig dat er tijdens Open Monumentendag verder werd gekeken dan de historische binnenstad. 'Wie heeft er weleens een rondje Ring gereden?' Het liefst twee, want dan merk je volgens Kloos pas echt hoe fantastisch die ervaring is. En waarom is het eigenlijk bijna een cirkel? Omdat een cirkel in verhouding met de kortste omtrek het grootste oppervlakte kan omvatten. Simpel eigenlijk. Kloos liet het zien met beelden van menselijke cellen, een rudimentair Afrikaans dorp en het concentrische centrum van Amsterdam. Ook kwamen alternatieve, nooit gerealiseerde plannen voor de A10 ter sprake, zoals de A3 die grofweg vanaf de Zuidas naar Rotterdam was gepland of de snelweg in noordoostelijke richting door Waterland. En de lichte slingeringen in bijvoorbeeld de A10-West of aan de noordkant? Die zijn veroorzaakt door op het laatste moment gewijzigde plannen of verzet van bewoners die de weg uit hun woonomgeving wilden houden.

De vader van Maarten Kloos heeft het gebouw de Leeuw van Vlaanderen ontworpen, dat pal aan de Ring staat, naast het Bos en Lommerplein. Vaak nog krijgt Kloos de vraag het gebouw zo tegen de vangrail is geplakt, waarop hij telkens moet uitleggen dat het gebouw ooit aan een vriendelijke weg lag die later werd uitgebreid tot snelweg, de A10-West.

Kloos werd hierna vergezeld door Tijs van den Boomen (journalist en schrijver, o.a. De Mobiele Stad) en Vincent van Rossem (Bureau Monumentenzorg Amsterdam en hoogleraar Monumentenzorg en stedelijke vraagstukken aan de UvA) om onder leiding van Guido Wallach (planoloog en kernlid Stad-Forum) te twisten over de waarde van de Ring A10 en de mogelijkheid om het als monument te betitelen te verkennen.

Op de ja/nee-vraag 'moet de A10 een Rijksmonument worden?' antwoordden Van Rossem en Kloos met een duidelijk 'nee', maar om verschillende redenen. Van Rossem noemt de Ring een 'stinkend monster' dat de stad weinig goeds brengt terwijl Kloos niets ziet in de monumentenstatus omdat het de diversiteit en dynamiek van voornamelijk de gebieden direct aan en onder de Ring, die de ringzone zo bijzonder maken, zou kunnen bevriezen.

Kloos noemde het een vriendelijke, aimabele Ring, waarop Wallagh hem vroeg wat er dan zo vriendelijk aan is. 'Bijvoorbeeld het kunstwerk van Leonard van Munster in de onderdoorgang aan de Wiltzanglaan'. Van Rossem vindt het een leuk kunstwerk, maar 'het blijft een droevige plek waarbij vergeleken pessimistische toekomstromans als 1984 gezellige boekjes zijn'.

Tijs van den Boomen ('dan zeg ik wel "ja, het moet een monument worden"') verdedigde de cultuurhistorische waarde van de Ring voor Amsterdam. Niet alleen heeft het de stad ontsloten voor verkeer, de Ring heeft ook sterk bijgedragen aan de ontwikkeling van verschillende gebieden, zoals de Zuidas. Van den Boomen voorziet met name dat de A10 binnen afzienbare tijd een overblijfsel van de ontwikkeling van Amsterdam in de twintigste eeuw zal zijn. 'Met de totstandkoming van de Grote Ring, door de verbinding van A5, A9 en A2, ontstaat een grotere Ring voor het snelle verkeer. De A10 kan dan weer gedeeltelijk een stadsboulevard worden, net als de Singelgracht.' Bijvoorbeeld de Einsteinweg, die door Cornelis van Eesteren als parkway werd gepland, kan in dat geval weer een stadsweg worden (nu is het officieel geen onderdeel van de stad, maar eigendom van Rijkswaterstaat). Maarten Kloos opperde het verbouwen van gewassen op de Ring: 'Stel je voor dat er een enorm maïsveld verrijst op de Ring'. Ook het ontstaan van een park, of de mogelijkheid om op de Ring te fietsen, passeerden de revu.

Het valt te betwijfelen of de Ring daadwerkelijk een monument zal worden. Wellicht een klein stukje ervan, want het beschouwen van de hele Ring als monument wordt volgens Van Rossem lastig: 'dan moet elk stukje asfalt worden onderhouden, en in welke staat bevinden zich al die viaducten - moeten die niet ook worden verzorgd? Bovendien moet er bij elk gaatje dat je wilt boren iemand van monumentenzorg aanwezig zijn, dat schiet ook niet op". Van Rossem gaf toe dat er bij monumentenbeheer ook wel wat kan veranderen aan de mentaliteit en regelzucht.

Wellicht is het minstens zo interessant om met het perspectief van het debat naar de zeldzaamheid van de Ring en de ringzone te kijken dan daadwerkelijk antwoord te krijgen op de vraag of de A10 een monument moet worden. Het gesprek leverde nieuwe inzichten en aanknopingspunten op en maakte bezoekers nieuwsgierig. Zelfs Vincent van Rossem, die de Ring systematisch mijdt en een hekel heeft aan autorijden ('automobilisten kennen een heel ander Nederland dan ik'), zegde toe tijdens de Week van de Stad rondjes A10 te gaan rijden als er een Austin-Healy 3000 kan worden geregeld. We zitten er bovenop.

Filter op onderwerp