Ruimte voor de Amsterdamse binnenstad

Leestijd: 13 ½ minuut

De Amsterdamse binnenstad is populair, iedereen wil hier wonen, werken, ontspannen. Om dat zo te houden schreef Stad-Forum een manifest. Plus een plan om ruimte te maken in de binnenstad.

Download artikel als .pdf →

Onderwerpen

Paradox van de populariteit

De grachtengordel helpt natuurlijk een handje, maar ons grote geheim is de mix: hier kun je wonen voor 300 euro of voor 3 miljoen, een balletje trappen op het Amstelveld of meedobberen bij het Prinsengrachtconcert, slapen bij het Stoelenproject of in het DoubleTree Hilton, werken bij een schoenmaker of op het hoofdkantoor van Booking.com, aanschuiven bij een straatbarbecue of uit je dak gaan in de A’DAM Toren.

Juist de kernwaarden staan nu onder druk. Burgemeester Van der Laan zei het in zijn Staat van de Stad 2016 treffend: ‘Wij hebben met z’n allen, in deze tijd van mondialisering, een enorm probleem… En dat is dat we in zo ongeveer de mooiste en fijnste stad van de wereld wonen.’

Het is de paradox van de populariteit: steden als Amsterdam, Barcelona en Berlijn zijn zo geliefd omdat ze ‘eigen’ zijn, maar onder druk van de massale toeloop gaan ze steeds meer op elkaar lijken.

Juist het succes bedreigt onze unieke balans in verscheidenheid. De bierfiets is het probleem niet, van een vrijgezellenfeest meer of minder kijken we niet op en Nutella eten we bijna allemaal wel eens. Ze symboliseren vooral de diepgaande verandering die de stad doormaakt: de gemengde binnenstad voor iedereen wordt ontwricht door het grote geld én door bergen grijpstuivers – als je alle wafels bij elkaar optelt zijn er ook miljoenen mee gemoeid. Het recht van de sterkste zegeviert steeds vaker.

Van jaar tot jaar lijkt het allemaal wel mee te vallen, maar kijk eens naar de binnenstad van tien jaar geleden en draai je dan om naar de toekomst en probeer eenzelfde periode vooruit te kijken: hoe ziet de binnenstad er dan uit?

Nu al beginnen steeds meer Amsterdammers de binnenstad te mijden. Waarna anderen het vacuüm opvullen, en weer meer Amsterdammers wegblijven, … een neerwaartse spiraal.

De eigenzinnigheid die we koesteren staat onder druk, straks is het enige dat nog radicaal is aan Amsterdam het toegangshek dat we moeten plaatsen om te zorgen dat de Wallen niet verstopt raken. Van ons allemaal is de binnenstad dan allang niet meer.

Laten we dat gebeuren? Kijken we passief toe hoe onze binnenstad ons ontglipt? No way. Amsterdammers zijn betrokken bij hun stad, het barst van de denktanks, verenigingen, straatcomités, diensten en stadmakers met plannen.

Maar het grote plaatje ontbreekt: er wordt vooral gekeken naar deeloplossingen. En die dragen niet of onvoldoende bij aan een betere stad. We moeten ophouden de bal eindeloos rond te spelen, wat we nodig hebben is mooi, aanvallend spel. En dat vereist, net als bij voetbal, een samenhangende strategie: wat voor binnenstad willen we hebben?

Ruimte maken

De binnenstad heeft wel vaker voor hete vuren gestaan. Kijk alleen maar naar de zeventiende en negentiende eeuw, toen hebben Amsterdammers grote sprongen voorwaarts gemaakt. De rode draad in voorgaande eeuwen was letterlijk: ruimte maken.

En nu staan we weer aan de vooravond van een Gouden Eeuw, de derde inmiddels, en die nieuwe hoogconjunctuur moeten we gebruiken om ruimte te maken voor de binnenstad van de toekomst.

Niet door sloop en demping, zoals vroeger met bijvoorbeeld de Dam en de Raadhuisstraat, maar met zorgvuldigheid en precisie. Want technologische ontwikkelingen op het gebied van wonen, werken, delen, energie en mobiliteit maken het mogelijk om schoon schip te maken met onnodige ruimtevreters en nieuwe ruimte te scheppen.

Dat vereist een sturende overheid, die niet alleen naar winst op dekorte termijn kijkt, maar ook naar het Bruto Lokaal Geluk. Een overheid dus die investeert in onderwijsen cultuur en die betaalbare woningbouw stimuleert – dat is economisch nog duurzaam ook.

En tegelijk vereist dat een terughoudende overheid, want de nieuwe ruimte willen we teruggeven aan de Amsterdammers, of die nu in de binnenstad wonen of in Osdorp, of ze nu op bezoekkomen uit Purmerend, werken als expat of studeren via een Europese uitwisseling.

Het vergezicht begint nu

Om onze kernwaarden te behouden, zullen we de binnenstad radicaal moeten veranderen. En dat kan, want er is ruimte genoeg als je verder kijkt dan de grachten lang zijn. Neem de ruimte boven de spoorlijnen, maar ook de Kop van Noord, waar de brug over het IJ straks landt. Neem de terreinen in de binnenstad die wachten op grote veranderingen, zoals de Binnenstadscampus, of die er al decennia nutteloos bij liggen, zoals het Weteringcircuit. Of neem verkeersriolen als de Nieuwezijds Voorburgwal, Leidsestraat en Damstraat. En vergeet vooral ook de grachten zelf niet, die als stalling dienen voor stilstaand blik.

Het enige dat we hoeven doen is onze hoofden vrijmaken voor een radicaal omdenken van de binnenstad. Dan kan bijvoorbeeld de Herengracht, waarmee de stad al eeuwenlang haar grandeur laat zien, een stralende toekomst tegemoet gaan als de mooiste fietssingel van de wereld.

En kunnen we er bijvoorbeeld duizenden woningen bijbouwen, niet voor de hoogste bieder, maar voor oudere Amsterdammers en voor leraren, verplegers, agenten en internationale kenniswerkers. Zo houden we de stad eigenzinnig, radicaal en van ons allemaal.

Maatregelen

Om een schaalsprong te kunnen maken (en dus een radicaal plan) zijn tien maatregelen op systeemniveau nodig.

  1. Lopen

Maak de voetganger nummer één in het grootste deel van de binnenstad, fietsers en automobilisten zijn daar te gast.

  1. Auto

Hef tienduizend straatparkeerplaatsen op. Bezoekers gaan parkeren aan de rand van stad, de parkeergarages in en rond de binnenstad zijn voor bewoners en ondernemers.

  1. Hotels

Stop onmiddellijk met de bouw van nieuwe hotels in de stad én in de rest van de Amsterdamse regio, en beteugel Airbnb door een vergunning verplicht te stellen.

  1. Buurtfonds

Laat elke verblijfstoerist twintig euro betalen en de bezoekers aan attracties twee euro. Deze heffing komt ten goede aan de buurten (ook buiten de binnenstad) en aan de bestrijding van de uitwassen van het toerisme.

  1. Fietsen

Leg doorgaande fietsstraten aan, zodat er eindelijk goede oost-westverbindingen ontstaan.

  1. Werken

Reserveer grote gebouwen in de binnenstad voor de kenniseconomie en bouw nieuwe kantoren waar plaats is. Zorg ook voor voldoende betaalbare werkruimte voor kunstenaars en zelfstandigen.

  1. Wonen

Creëer in de binnenstad vijfduizend extra betaalbare huurwoningen. Koopwoningen zijn er alleen nog voor mensen die hier zelf gaan wonen.

  1. Energie

Draai de gaskraan dicht en zorg dat buurten hun eigen energieplan maken.

  1. Distributie

Bouw cargohubs aan de rand van de binnenstad, waar vrachtwagens hun goederen afleveren.

  1. Openbaar vervoer

Haal de ‘scharreltrams’ uit de smalle straten in de binnenstad en zorg voor goed regionaal openbaar vervoer tot in het hart van de stad (kortere reistijden op langere afstanden). Breid het metronetwerk uit en creëer transferia aan de A10.

Plekken

Onze ruimtelijke inventarisatie richtte zich op de knelpunten: waar loopt het vast? Maar meer nog op de kansen: waar biedt de binnenstad ruimte en waar is de binnenstad zelfs uit te breiden? Dat leidt tot tien plekken, variërend van forse gebieden tot postzegels en van specifieke terreinen tot lange lijnen.

Uiteraard beperken de noodzakelijke ingrepen zich niet tot deze plekken: want betaalbare woningen zijn nodig in de hele binnenstad (en daarbuiten!), net zo goed als energieopwekking en vrij baan bieden aan het langzaam verkeer. De tien locaties vormen vooral een radicaal startpunt om de binnenstad weer naar onze hand te zetten.

  1. Kop van Noord

Dankzij de nieuwe oeververbindingen wordt de halve maan van de Grachtengordel na vier eeuwen eindelijk afgerond. De Kop van Noord wordt het nieuwe stuk van het centrum. Een geweldige kans die we niet aan de markt kunnen overlaten, want dan pikt het geld simpelweg de mooiste plekken in. Terwijl juist hier publieke functies gewenst zijn.

Opgaven

Voeg stedelijke functies toe die nu nog ontbreken in de binnenstad ten bate van alle (groot-) Amsterdammers. Denk aan scholen, verzorgingshuizen, bibliotheken, sportvoorzieningen, markten.

Zorg voor betaalbare woningen, waar plaats is voor mensen uit Noord en daarbuiten. Leg goede verbindingen aan tussen dit gebied en het centrum.

Fietsbruggen zijn een begin, maar er is meer nodig. Welke kansen biedt de sluiting van de metroring via Noord? Of een metro- of HOV-lijn van Zaanstad via de Hamerstraat naar de Sluisbuurt?

  1. Boven het spoor

Bereikbaarheid is het alfa en omega van een sterke stedelijke economie. En welk punt is beter bereikbaar dan CS? In het masterplan voor de IJ-oevers uit de jaren negentig van de vorige eeuw werd de overkluizing van de sporen al genoemd, uiteindelijk is er maar één miniem fragment gerealiseerd: Hotel ibis. Hier ligt dus een reusachtige kans.

Opgaven

Creëer kantoren in hoge dichtheid, gemengd met woningbouw. Parkeerplaatsen alleen voor deelauto’s.

Bouw voldoende publieke functies in, zodat een aantrekkelijk, openbaar gebied ontstaat, een gemengde ‘bovenstad’.

Zorg voor een vloeiende aansluiting tussen het oude centrum en het Oostelijk Havengebied, let daarbij vooral op een fijnmazig netwerk voor langzaam verkeer.

  1. Kattenburg en Marineterrein

Kattenburg verenigt het slechtste van twee stedenbouwkundige periodes in zich: het autisme van het modernisme en het dictaat van de buurtinspraak die erop volgde en die het doorgaand verkeer naar Wittenburg blokkeerde. En dat alles in een bescheiden dichtheid.

Daarnaast ligt het Marineterrein: een oase van groen en rust die wacht op een visie. Breng deze twee buurten samen tot ontwikkeling.

Opgaven

Maak een nieuw stedenbouwkundig plan dat de stad verrijkt, een autovrije oase. Kies voor woningen en kantoren in hoge dichtheid, gecombineerd met een Central Park voor de binnenstad.

Leg een relatie met Wittenburg, Boven het spoor en de Kop van Noord.

Bied zowel huisvesting voor mensen die de stad nieuw binnenkomen (aankomststad, shortstay, flexibel) als voor ouderen (kleiner, maar beter).

Richt een wooncoöperatie op en zoek hiervoor financiers (bedrijven die participeren in ruil voor huisvesting van werknemers die een woning in de vrijehuursector of een koopwoning niet kunnen betalen).

Breng ook het bestaande binnenstadbezit van de woningcorporaties over in deze (of een andere) wooncoöperatie. Hetzelfde geldt voor de nieuwe betaalbare woningen die de andere ruimtelijke ingrepen opleveren (met name de Kop van Noord en het Weteringcircuit).

Breng andere, kleinschalige locaties in de binnenstad in beeld waar je woningen zou kunnen bouwen.

  1. IJtunnel

Een structurele oplossing is nodig voor de stoet vrachtwagens en bestelauto’s die zich door de binnenstad perst: een cargohub aan de rand van het centrum. Door het terugdringen van doorgaand autoverkeer kan één buis van de IJtunnel worden afgesloten.

Vrachtwagens lossen hun goederen aan de noordzijde, transportbanden brengen de spullen onder het IJ door, waar fietskoeriers en elektrische boten en vrachtwagentjes ze oppikken.

Opgaven

Maak van de tunnel een cargohub.

Bepaal waar het noordelijke uitwisselpunt moet komen liggen. Dat hoeft niet bij de tunnel zelf te zijn, belangrijk is dat vrachtwagens er kunnen keren.

Aan de zuidzijde moet de hub een aantrekkelijke plek worden, waar mensen ook zelf spullen kunnen afhalen of wegbrengen. Leg daarbij een relatie met het Marineterrein.

Bouw aansluitend de Valkenburgerstraat, het Mr. Visserplein en de Weesperstraat om tot een loop- en fietsroute.

Onderzoek welke rol deze hub kan spelen bij opslag van energie.

  1. Binnenstadscampus en grote, leegkomende gebouwen

Op termijn komt het voormalige Binnengasthuis deels leeg, het Amsterdam Museum gaat misschien helemaal weg. Ook staan er een aantal grote gebouwen (binnenkort) leeg, zoals de Universiteitsbibliotheek, de Kas Bank en het PC Hoofthuis. Daar willen we geen hotels, noch peperdure pied-à-terres.

Werk schept werk. Hoogwaardige werkgelegenheid schept nieuwe, aanvullende banen. Schep daarom ruimte voor kennisbedrijven en verbind die met de stad.

Opgaven

Maak een plan voor nieuwe, gemengde werklocaties, waar ook ruimte is voor maakindustrie, scholing en experiment.

Zorg dat ook binnenstadsbewoners hier iets van hun gading vinden. Maak bijvoorbeeld verbinding met de HvA en de OBA (er loopt al een samenwerkingsverband tussen die twee om kansarme buurtkinderen te stimuleren).

Maak ook verbinding met Spaces en WeWork: bied deze bedrijven ruimte in ruil voor publieke functies. De Schuttersgalerij in het Amsterdam Museum is een mooi voorbeeld van een verborgen publieke binnenruimte die toch gewoon voor iedereen toegankelijk is.

  1. Weteringcircuit

De naam zegt het al: Weteringcircuit. Dat is eerst en vooral een infraknooppunt. Bovendien een knooppunt van bedroevende kwaliteit, met een pannenkoekenrestaurant dat in Lisse niet zou misstaan. De opening van de Noord/Zuidlijn is hét moment om dit Doornroosje wakker te kussen.

Opgaven

Verdichten, verdichten, verdichten, maar maak tegelijk een stedelijk plein/park met grandeur.

Kies zorgvuldig de woonfuncties die je hier wilt toevoegen (verzorgingshuis?), hetzelfde geldt voor de werkfuncties.

Verbind de Pijp met de binnenstad.

Integreer de fietssingel (zie ruimtelijke ingreep Marnixstraat – Sarphatistraat).

  1. Herengracht en Marnixstraat – Sarphatistraat

Amsterdam is nog altijd de fietshoofdstad van de wereld (Kopenhagen is alleen beter in zelfpromotie), maar het groeiende fietsverkeer vereist dringend betere faciliteiten.

Met name het oost-westelijke verkeer is nu problematisch, dat zorgt voor veel irritatie tussen voetgangers en fietsers. Betere fietsverbindingen zullen tevens luwte scheppen voor de voetganger.

Opgaven

Leg twee riante fietsringen aan die het oost-westelijke fietsverkeer afwikkelen.

Zorg via zachte maatregelen (nudging) dat de bulk van de fietsers daar gebruik van maakt.

In de rest van de binnenstad blijft de fietser welkom, maar dan als gast. Shared space wordt het uitgangspunt voor de binnenstad: delen in plaats van scheiden. Ontwikkel straatprofielen die dat gedrag sturen (zie ruimtelijke ingreep Damstraat en Dam).

  1. Nieuwezijds Voorburgwal en Leidsestraat

De Nieuwezijds is een verkeersriool. De Leidsestraat is weliswaar autovrij, maar de in file rijdende trams – wij noemen ze graag ‘scharreltrams’ – zorgen dat ook deze straat bij uitstek een verkeersruimte is.

Beide straten staan op de rol voor een grootschalige opknapbeurt, maar dat is weggegooid geld als niet eerst het wezenlijke probleem wordt aangepakt. De tram moet eruit, pas dan kunnen hier lineaire parken ontstaan waar het aangenaam toeven is.

Opgaven

Ontwerp een lineair park voor beide straten.

Besteed extra aandacht aan de prachtige, grillig gevormde ruimte ter hoogte van de Postzegelmarkt.

Zorg dat ouderen en mindervaliden zich in de binnenstad kunnen verplaatsen als de scharreltrams verdwijnen. Denk bijvoorbeeld aan kleinschalig elektrisch ov-vervoer op afroep, of de elektrische karretjes van GoGo die een tijdje in Nieuw-West reden.

Creëer waarborgen dat de plekken collectief blijven en dat toeristen niet gaan overheersen. We zoeken de sfeer van het Amstelveld, niet die van het Rokin. Geef dit als expliciete opdracht mee aan placemakers.

  1. Damstraat en Dam

‘De Damstraatjes’ is de naam die winkeliers gebruiken om de Damstraat en de straten in haar verlengde aan te duiden. Dit is, samen met de Dam, het Nutella-walhalla van de stad. Tegelijk is het voor fietsende Amsterdammers een hindernisbaan om van oost naar west te komen en vice versa. Dring zowel consumptietoeristen als fietsers terug, en maak er weer een plek van waar Amsterdammers, uit de binnenstad en van ver daarbuiten, ook graag komen.

Opgaven

Breng de veranderingen van de afgelopen tien jaar in beeld.

Stel regels in om monocultuur te doorbreken (maximaal aantal vestigingen van een keten per hectare).

Breng in kaart welke winkels en voorzieningen je koestert en maak daarvoor een huurbeschermingsplan. Kijk naar de ervaringen van Lissabon.

Temper de snelheid van fietsers die de Dam/Damstraat toch (moeten) blijven gebruiken omdat ze naar het Waterlooplein/Nieuwmarkt willen of naar de universiteit op de Kloveniersburgwal. Ontwerp daarvoor een Nieuw Amsterdams Profiel dat het gezamenlijk gebruik van ruimte (en dus het temmen van de sterkere verkeersdeelnemer) vooropstelt.

Gebruik de parkeergarage van de Bijenkorf voor zowel fietsen als voor auto’s van binnenstadsbewoners (zie ruimtelijke ingreep Rommelruimtes).

  1. Rommelruimtes

De grootste ruimtevreter in de binnenstad is de auto. Niet eens als hij rondrijdt, maar vooral de 23 uur per etmaal dat hij stilstaat. Door 10.000 geparkeerde auto’s te verbannen naar de bestaande parkeergarages in en om het centrum, ontstaat in de binnenstad een zee van ruimte. Plaats scheppen we ook door het terugdringen van de claims die tourbussen, rondvaartboten, huurfietsen en rondleidingen op de openbare ruimte leggen.

Opgaven

Breng heel precies in kaart welke parkeerplaatsen kunnen verdwijnen en hoe de overblijvende parkeervraag elders kan worden opgevangen.

Kies enkele volkomen verschillende stukken straat (gracht, plein, steeg) en maak daarvoor samen met bewoners gedetailleerde inrichtingsplannen. Denk aan: speelplekken, postzegelparkjes, fietsenstallingen, pleintjes, extra brede stoepen, moestuinen, kunstwerken, buurtterrasjes, openbare steigers.

Zorg voor een goede ondersteuning van buurtinitiatieven, de leefstraten uit Gent vormen een inspirerend voorbeeld.

Schaf het keurslijf van de Puccini-methode af buiten de hoofdstructuren van de binnenstad: het gaat om eigenheid in de buurten, niet om esthetiek.

Nieuw Amsterdams Peil – zes principes

De standaardmeter ligt in Parijs, de nulmeridiaan loopt door Greenwich en Amsterdam gaf de wereld het ijkpunt van de zeespiegel: het NAP, het Normaal Amsterdams Peil.

Amsterdam kan nu een nieuw peil aanbrengen, ditmaal voor de toekomst van de historische binnensteden. Want de zes ruimtelijke principes die we formuleerden zijn overal ter wereld bruikbaar.

  1. Leefruimte

Ruimte voor publieke plekken, zowel in de openbare ruimte als ‘binnen’.

  1. Fiets- en loopruimte

Ruimte voor de meest milieuvriendelijke, gezonde en ruimtebesparende vormen van mobiliteit.

  1. Werkruimte

Ruimte voor een economie die maatschappelijke meerwaarde oplevert.

  1. Woonruimte

Ruimte voor betaalbaar wonen, voor zowel zittende bewoners als nieuwkomers.

  1. Energieruimte

Ruimte voor bewoners en bedrijven om hun eigen energie op te wekken.

  1. Hubs

Ruimte voor snelle verbindingen met stads-delen en regio, zowel voor mensen als voor goederen

Uitvoering – top-up!

Afgelopen jaar is Amsterdam door de Europese Commissie uitgeroepen tot de meest innovatieve stad van Europa. De jury prijst de integrale visie om het leven in de stad met slimme, sociale en creatieve oplossingen te verbeteren en het succesvolle samenspel tussen gemeente, kennisinstellingen, bedrijfsleven en bewoners, waarbij maximaal wordt geprofiteerd van bottom-upinitiatieven.

Deze aanpak is geworteld in een rijke traditie. Amsterdam is nooit de stad van een top-downaanpak geweest. Bottom-upinitiatieven horen bij het eigenzinnige Amsterdam, maar daarin schuilt ook het gevaar: de impact van deze initiatieven blijft beperkt als het niet lukt om de kracht van verschillende partijen te mobiliseren en om de voorwaarden te scheppen voor co-creatie en samenwerking.

Daarom kiezen wij voor een top-upaanpak: top-down waar het moet, bottom-up waar het kan. Een top-upaanpak maakt het mogelijk de Amsterdamse binnenstad een systeemsprong te laten maken, en tegelijk de ruimte die letterlijk en figuurlijk wordt geschapen aan de Amsterdammers te laten.

Dat wil zeggen dat de gemeente stuurt óf loslaat. En er vooral niet tussenin gaat zitten door ingrijpende systeemmaatregelen uit te stellen, door uit te wijken naar pilots of initiatieven van Amsterdammers over te nemen.

Voor (kennis)instellingen, bedrijfsleven en Amsterdam betekent dit het mobiliseren en bundelen van organiserend vermogen, kennis en financiën. En zorgen dat initiatieven – op thema’s en op specifieke locaties – een collectieve betekenis krijgen en zo van ons allemaal worden.

Wanneer we de noodzakelijke maatregelen op systeemniveau langslopen, tekent zich een gemeentelijke agenda af die even overzichtelijk als ambitieus is. De gemeente voert een woonbeleid dat deels markt-contrair is, zodat de binnenstad financieel toegankelijk blijft voor de bewoners die zo nodig zijn voor levendigheid en menging. Ze zorgt, samen met vastgoedeigenaren, dat er (grote) kantoren in de binnenstad bijkomen. En ze past haar maatschappelijk vastgoedbeleid aan, zodat de uitverkoop van betaalbare werkruimte voor kunstenaars gestopt wordt.

Ook op verkeersgebied verzet de gemeente de bakens fundamenteel door de balans tussen de verschillende vervoerswijzen radicaal te herzien. In grote delen van de binnenstad zet ze de voetganger op de eerste plaats en kiest ze voor doorgaande fietsstraten. Ze past zowel het openbaarvervoers- als het distributiesysteem van de binnenstad aan, waardoor de binnenstad wordt ontlast van onnodige trams en vrachtwagens. En ze verbant geparkeerde auto’s van de straat en de grachten.

De gemeente brengt de afspraken van de klimaatconferentie Parijs 2015 versneld tot uitvoering, bijvoorbeeld door voor grotere locaties vernieuwbare energie verplicht te stellen.

En tot slot schaalt ze samen met de overige gemeentes van de Metropoolregio Amsterdam de reeds ingestelde hotelstop op tot de regio, en creëert ze een buurtfonds voor de revenuen uit de toeristenheffingen, waardoor die niet meer in de algemene middelen verdwijnen, maar direct kunnen worden benut voor bottom-upinitiatieven.

En daar bulkt het van: alleen de oproep ‘Amsterdammers, maak je stad’ leverde al bijna vijfhonderd initiatieven op. De animo om de binnenstad weer terug te winnen voor ons allemaal is groot.

Filter op onderwerp