Met de A11 wordt de A10 een boulevard

Leestijd: 3 ½ minuut

De Ring wordt hij nog altijd genoemd: de A10. Maar eigenlijk is er maar één échte ring rond Amsterdam: de A11. Alleen heet hij nog niet zo. De A10 krijgt langzaam een andere functie.

Onderwerpen

De ringweg rond Amsterdam, de A10, is de drukste snelweg van het land en is voor veel mensen, nolens volens, een dagelijks terugkerend onderdeel van hun leefwereld. De weg is een middel om ergens te komen, maar is zelf ook een plek. De Amerikaanse stadschroniqueur J.B. Jackson zei het al: „Roads no longer merely lead to places, they are places”.

De ring is dit jaar het thema van de jaarlijkse Week van de Stad, die van 5 tot en met 9 november plaatsvindt. De Week is een initiatief van Stad-Forum, opvolger van de Amsterdamse Raad voor de Stadsontwikkeling, die in opdracht van de gemeente debatten en evenementen organiseert om Amsterdammers bij de ontwikkeling van de stad te betrekken.

„De Ring lijkt nu iets eeuwigs”, zegt Michiel van Iersel van het bureau Non-fiction, die samen met zijn collega Radna Rumping en drie gastredacteuren het programma heeft samengesteld. „Maar de weg is pas begin jaren negentig voltooid. In de tussentijd is hij al van karakter veranderd, van een autonome brok infrastructuur ver van alles in een wal waar de stad tegenaan klotst. Het is een barrière maar ook een luwte; een rafelrand waar nieuwe dingen kunnen ontstaan.” Onder druk van het woningtekort in Amsterdam trekken nieuwe bewoners de Ring over, rondom bestaande sportvelden in West worden nieuwe appartementen gebouwd.

Terwijl de binnenstad steeds duurder en drukker wordt, biedt de ringzone nog ruimte voor experiment. Veel lege kantoren op en aan de A10 zijn in gebruik als studio’s en ateliers en op een parkeerplaats is het asfalt weggehaald om er groenten te verbouwen. Langs de ring staat de stoere snelwegarchitectuur van na de oorlog, waaronder het GAK-gebouw dat ooit 3.000 ambtenaren huisvestte en nu starters. Maar ook gebouwen van nu, met het markante gebouw van OMA voor het hippe kledingmerk G-Star. Na de herwaardering van industrieel erfgoed is er een nieuwe appreciatie voor de naoorlogse knoeperds: het Elsevier-gebouw wordt studentenhuisvesting, een voormalige HTS in de Kolenkitbuurt heeft nieuw leven gekregen als WOW, hostel en tijdelijke huisvesting voor studenten en afgestudeerden van kunstacademies. Maar je vindt er ook een boerderij waar je zelf je rondeeleieren kunt komen halen en Landmarkt, een supermarkt voor organisch eten uit de omgeving.

Stadsboulevard

Er komt een moment dat de A10 een stadsboulevard wordt, voorspelt Radna Rumping. Zij verwacht dat het verkeer er zal afnemen – er worden steeds minder stadsritten met de auto afgelegd, er zal meer verkeer uitwijken naar de ‘grote ring’ rond de stad. Als er bovendien meer elektrisch wordt gereden zullen de herrie en het fijnstof afnemen; dan kan de weg echt in de stad worden opgenomen, met een lagere maximumsnelheid van 50, woningen er dicht tegenaan en de mogelijkheid de weg te voet over te steken. „De Ring is een dwingende structuur, net als de Berlijnse Muur – maar ook die is veranderlijk gebleken. Wat nu asfalt is, kan een stadstuin worden.”

Noem het gewoon de A11

Journalist Tijs van den Boomen, samen met stadsonderzoeker René Boer en architectuurhistorica Victorien Koningsberger gastredacteur dit jaar, kijkt voorbij de A10 naar de A11. Zo noemt hij de ‘Grote Ring’ die – onbedoeld – rond Groot-Amsterdam is ontstaan. „Sinds de opening van de Tweede Coentunnel vormen de A1 + A2 + A5 + A9 + A10 een gesloten ring. Door die één nummer te geven, de A11, ervaar je het in je mental map ook als een geheel.” En het einde van de uitbreiding is nog niet in zicht: „Als straks de A8 wordt doorgetrokken, komt ook Zaandam binnen deze Grote Ring te liggen.”

Vanuit de zeventiende verdieping van het Fletcher Hotel, een markante blauwe toeter tussen Schiphol en Amsterdam aan de zuidkant van de ‘A11’, kijken we uit over het landschap vol paradoxen. Beneden ligt de Food Strip, een reeks fastfoodtenten voor de snelle hap; in de gevangenis erachter is alles juist op een langdurig verblijf geënt. In de nabije omgeving vind je zowel de goedkoopste fitnessclub van de stad als de showrooms van dure Porsches.

Daarom houdt Van den Boomen zo van dat snelweglandschap: it leads to places but it is itself a place.

„Er zijn veel ringen rond de stad geweest”, vertelt Van den Boomen. „Eerst het Singel, daarna de Singelgracht met 26 bolwerken met kanonnen en molens erop. Het zijn steeds harde grenzen, die geleidelijk verzachten op het moment dat er een nieuwe ring komt. Aangezien ook de A10 in de stad zal worden opgenomen, moet je je afvragen of we zoveel geld moeten besteden aan de ondertunneling van de Zuidas.” En we moeten alvast nadenken over de vraag of we niet fragmenten ervan, bijvoorbeeld het knooppunt De Nieuwe Meer, tot monument moeten verklaren en bewaren. „In Berlijn was de muur ook ineens weg, en daar hebben ze nu spijt van.”

Dit artikel verscheen 31 oktober 2014 in NRC Handelsblad

Filter op onderwerp