De binnenstad autovrij

Leestijd: 2 ½ minuut

De druk op de Amsterdamse binnenstad neemt toe, maar volgens experts valt er nog genoeg ruimte te winnen. Over twintig jaar is de binnenstad autoluw. Maar wat doen we met de fiets?

Onderwerpen

In drie opeenvolgende expertsessies verkent Stad-Forum de belangrijkste opgaven voor de binnenstad van Amsterdam. De sessie over mobiliteit vond op 15 juli 2016 plaats. Een belangrijk terugkerend thema was ruimte maken en ruimte benutten. In tegenstelling tot wat vaak beweerd wordt, is de binnenstad van Amsterdam volgens Stad-Forum en de uitgenodigde experts niet vol. Er valt nog genoeg ruimte te vinden.

Minder auto’s, voetganger dominant Nu neemt de auto bijvoorbeeld nog buitensporig veel ruimte in, maar dat gaat veranderen weet Christiaan Kwantes, planoloog bij adviesbureau Goudappel Coffeng. In steden als Amsterdam en Utrecht neemt het autogebruik af en het fietsgebruik toe, blijkt uit onderzoek. Dat levert enorme ruimtewinst op, zeker als je de geparkeerde auto’s wegdenkt uit de stad en meer parkeerplaatsen aan de rand van de stad maakt waar bezoekers en bewoners kunnen parkeren.

Dat betekent niet dat de fietser automatisch die ruimte mag opeisen. Dat levert namelijk weer problemen op met fietsparkeren en fietsfiles. Kwantes pleit vooral voor ruimte voor de voetganger, want ‘daar zit de beschaving van de stad’. “Op dit moment gaat Amsterdam nog schandalig om met voetgangers,” vindt hij, “stoepen langs de grachten houden vaak zomaar op bij een trapje. De stad is toe aan een systeemsprong,” zegt hij. “Richt de stad niet meer in op de auto’s. De voetganger moet dominant worden, de fietser is te gast.” Hij zou meer shared space willen zien, waar auto’s, fietsers en voetgangers de straat met elkaar gebruiken.

De twee andere mobiliteitsexperts nemen het juist op voor de fietser. Stedenbouwkundige en fietsliefhebber Rob van der Bijl (FavaNet en GoDutchCycling) en de kersverse fietsburgemeester Anna Luten pleiten beiden voor goede fietsverbindingen tussen de binnenstad en de buitenwijken, zodat de binnenstad geen enclave wordt. Mobiliteit gaat over bereikbaarheid, maar ook over in- en uitsluiting. Van der Bijl: ‘‘Ik heb liever een minder succesvolle binnenstad waar iedereen komt, dan een hele succesvolle binnenstad waar alleen een kleine kring komt.” Dat betekent volgens hem ook: goede ov-verbindingen en snellere tramlijnen. “Niet alle trams hoeven dwars door het centrum en om de paar meter te stoppen. Je kunt ook denken aan snellere tramlijnen langs de randen van de stad.”

Autovrije zones Anna Luten, parttime fietsburgemeester en werkzaam bij fietsenmaker Giant, ziet wel wat in autovrije gebieden. Van der Bijl sluit zich bij dat idee aan en denkt al aan het afzetten van de Raadhuisstraat voor auto’s. “Een goede proef moet pijn doen,” zegt hij. “De automobilisten moeten bij wijze van spreken bij de Bijenkorf al kwaad worden.” Christiaan Kwantes ziet wel wat in een autovrije gracht. “Wat zou je wel niet met die ruimte kunnen doen? Groen, bankjes. Lekker picknicken langs het water…”.

Op het gebied van mobiliteit liggen er vooral veel kansen voor de Amsterdamse binnenstad, daar zijn alle drie het wel over eens: het autogebruik verder terugdringen, minder geparkeerde auto’s op straat en veel meer ruimte voor de voetganger. De fietser is flexibel en past zich aan aan de voetganger, in plaats van andersom. Het resultaat is een binnenstad met leefbare straten, waar meer onderling contact is.

‘De drukke en dichtbevolkte stad Barcelona wordt in dit opzicht gezien als voorbeeld: autovrije straten, smalle wegen waar voetgangers flaneren, veel pleinen met terrasjes, en bewoners die te voet en te fiets naar werk gaan, of gebruik maken van het goed functionerende ov-systeem.’

Filter op onderwerp