Amsterdam op kousenvoeten

Leestijd: 7 ½ minuut

Op verzoek van Stad-Forum organiseerde Tijs van den Boomen tijdens de Week van de Stad 2015 een stiltewandeling om te laten zien dat zelfs in het centrum nog veel rustige plekken te vinden zijn. Een terugblik plus negen aanbevelingen.

Onderwerpen

Rustige plekken zijn er volop in Amsterdam. Ook in het centrum liggen ze zelden verder dan twee straathoeken van je verwijderd, constateerde verslaggever Marc Kruyswijk van Het Parool een beetje verbaasd na de stiltewandeling. En hij schreef: ‘Amsterdam druk? Amsterdam rustig! Als je maar goed zoekt.’

Misschien is goed zoeken niet eens de kwestie, maar gaat het om goed kijken, de tijd nemen, een keer van je fiets stappen in plaats van steeds maar doorjakkeren, een hoek omslaan, op een bankje gaan zitten en naar de lucht kijken, naar het water, de bladeren, de het weer en de mensen. Rustige plekken laten je even uit de stroom stappen en op adem komen. Daar kunnen kinderen ook zonder toezicht op straat zijn, spelen, bewegen en ontdekken.

Het thema van de Week van de Stad 2015 luidt: ‘Amsterdam druk? Dat biedt kansen’. Op verzoek van Stad-Forum organiseerde Tijs van den Boomen een stiltewandeling om te laten zien dat zelfs in het centrum nog veel rustige plekken te vinden zijn.

Hij vroeg experts uit zeer verschillende disciplines om een aantal van die plekken te bezoeken: Remco Daalder (stadsbioloog Amsterdam), Andre Dekker (Observatorium, contemplatieve kunst in de openbare ruimte), Paulien Geerlings (dramaturg), Sander van der Ham (stadpsycholoog, auteur boek De Stoep), Maarten Hornikx (akoesticus TU Eindhoven), Sana Valiulina (Ests/Tataars/Russisch/Nederlands schrijfster) en Hannes Wallrafen (blind geworden fotograaf, kijkt met zijn oren).

De opmerkingen en aanbevelingen op de volgende pagina’s zijn gebaseerd op de spontane analyses die zij tijdens de wandeling ten beste gaven en op het aansluitende lunchgesprek op het Marineterrein, dat zijn poorten dit jaar voorzichtig heeft opengezet en dat bij uitstek een verstilde blik op de stad biedt.

De tekst komt voor verantwoording van Tijs van den Boomen, de statements van de experts over rust en stilte zijn opgenomen als bijlage, evenals als de bezochte plekken.

Opmerkingen & aanbevelingen

Amsterdam heeft geen mooie pleinen, luidt de communis opinio. Maar als je beter kijkt, dan heeft de stad weldegelijk veel mooie plekken. We hebben misschien geen pleinen van het grote gebaar, maar wel pleintjes, hofjes, binnenterreinen, verbrede straten en overhoekjes, die over een raadselachtige kwaliteit beschikken: ze geven rust.

Algemeen

Rustige plekken zijn er in soorten en maten, categorisch uitspraken kun je er nauwelijks over doen, het gaat juist om het kleinschalige, individuele, karakteristieke. Een beetje verwaarlozing is bijvoorbeeld goed, maar te veel verwaarlozing zorgt voor een unheimisch gevoel.

Dat er zoveel rustige plekken zijn, bewijst enerzijds dat je met een goed ontwerp heel mooie plekken kunt maken, maar dat je anderzijds terughoudend moet zijn om in te grijpen bij bestaande plekken.

Koester rustige plekken en laat ze met rust als het goed gaat. Reguleer zo min mogelijk, faciliteer waar mogelijk geveltuinen en andere kleine toe-eigeningen van de stoep, want dat zorgt voor geborgenheid en troost.

De overheid is echter wel verantwoordelijk voor de grote lijn. Er zijn te veel slecht ingerichte pleinen en plekken die zonder structurele ingreep nooit de gewenste kwaliteit zullen krijgen – zoals het overvolle Max Euweplein en de akelig lege steigers van het casino er net naast. Of de vol met geparkeerd blik gepropte hoven achter de Weesperstraat.

Ontwerpers en wethouders zouden meer moeten wandelen: schouw de stad.

Openbaarheid

Semi-openbare ruimtes, zoals een tuin aan de straatzijde met een hek dat overdag openstaat, zijn vaak prachtig. Maar zelfs een geheel afgesloten binnenterrein, waar je alleen maar een blik in kunt werpen kan rust en genot verschaffen en de geest laten vlieden.

In de stad is een trend waarneembaar naar meer openbaarheid of op zijn minst semi-openbaarheid. Werden in de jaren tachtig en negentig steeds meer stegen, binnenterreinen en passages afgesloten, nu zien we voorzichtig een openstelling en verwelkoming – al dan niet onder voorwaarden. Een mooi voorbeeld is het Sarphatihuis dat zijn binnenplaats en kruidentuin openstelt om te zorgen voor wat reuring voor zijn demente bewoners; de portier houdt een oogje in het zeil om te voorkomen dat grote of luidruchtige groepen binnenkomen.

Het lijkt wel of het ontbreken van een officiële straatnaam helpt: vier van de twaalf plekken die we bezochten hadden officieel geen naam.

Toe-eigening

Het is prettig als er mensen zijn die zich om een plek bekommeren, die ervoor zorgen, er kleine sporen achterlaten. Dat mag niet tot privatisering leiden, maar het gevoel dat je een beetje op bezoek bent is prettig.

Meestal is de ruimte waar bewoners hun stempel op drukken klein (een pleintje, een hoek, een stoep), maar soms is die juist heel groot, zoals in het geval van het WG-terrein. Zelfs de naam is al veelbetekenend: terrein duidt op omslotenheid.

Geveltuinen en bankjes verzachten de overgang tussen het verticale vlak van de woningen en horizontale vlak van de straat of het plein. Ze kleden de straat letterlijk aan.

Voorspelbaarheid en veiligheid

Een plek moet vertragen. Dat gebeurt als je een hoek omgaat en in een wereld terechtkomt waar je je ‘beschermd’ voelt. Dat vereist een plek die heel en compleet is, die precies zo is als je verwacht. Geen plotseling opduikende fietser, geen schreeuwerige kleur die de aandacht trekt, geen object dat vragen oproept. Kunst wil ontregelen, een goede openbare ruimte bevestigt je: hier is het goed toeven, ontspan je, laat je gedachten maar gaan, hier kan je niets gebeuren.

Veiligheid is essentieel, maar dan niet de veiligheid van de risicoanalyses met hekken, rubber tegels en verbodsborden, maar de inherente veiligheid die je ervaart in een overzichtelijke wereld.

Huizen met vensters zorgen voor ogen en oren op een plek, en daarmee voor sociale controle en veiligheid. Maar als de afstand tussen de huizen en de plek te klein is, dan krijg je als bezoeker het idee dat je in de gaten wordt gehouden. Ook spiegelende ramen roepen het gevoel op dat je wordt bespied.

Functies

Een plein moet leesbaar zijn en logisch, de afmetingen moeten kloppen met de functie die het heeft. Een ruimte kan vele vormen hebben – stoep, tuin, hof, plantsoen, plein – maak een keuze in de functies die je de plek toebedeelt en beperk je daartoe.

Oneigenlijke functies – en vooral een teveel aan specifieke functies – zorgen voor visuele overlast en een opgesloten gevoel – als een overgestoffeerde woonkamer.

Veel speelobjecten en straatmeubilair is nadrukkelijk vormgegeven en trekt daardoor onnodige aandacht.

Bedwing de hang naar efficiëntie en spreiding. Een plek die weinig benut wordt is geen mislukking, maar een kwaliteit.

Fiets en voetganger

De fiets is de nieuwe auto: hij staat boven en buiten de wet. Vroeger moest je schrik hebben voor de automobilist, maar die is getemd: de nieuwe patjepeeër is een fietser. De rust van Amsterdam wordt verstoord door de onrust van de fietser.

Ook stilstaand is een fiets een probleem: geparkeerde fietsen zorgen voor onrust en een chaotisch beeld: je moet op je hoede zijn om niet ergens tegenaan te lopen.

Een groene middenberm, waar je ongestoord kunt flaneren, maakt van een straat een boulevard.

Verbinding

Speel met openbaarheid, een poort of een hek kan een ruimte tegelijk sluiten en openen. Een zekere mate van ambiguïteit – is het open of niet, ben ik welkom of niet – kan een plek juist extra kwaliteit verschaffen.

Een stilteplek moet zich niet totaal afschermen van de stad, maar juist onderdeel zijn van de stad. Liefst zijn er een of meer doorblikken naar een drukke straat. Dat zorgt niet alleen voor een aangenaam contrast, maar ook voor een gevoel van sociale veiligheid.

Geluid en groen

Bomen helpen. Letterlijk om het geluid te dempen (als ze tenminste dikke bladeren hebben), maar vooral psychologisch: ze zorgen voor diepte in de tijd en bieden troost.

Knie- tot heuphoge heggen dempen niet alleen het geluid, maar je kunt er ook de visuele chaos van geparkeerde auto’s en fietsen mee beteugelen en verkeersstromen op een onnadrukkelijke manier ontvlechten.

Rust is meer dan het ontbreken van herrie. Het gaat ook om positieve geluiden, zoals het klateren van een fontein, voetstappen in een kiezelbed, kwetterende vogels. Dat zijn geluiden die telkens anders zijn en daarom nooit vervelen. Akoestici verleggen de focus van decibellen naar belevingsschalen. Het onderzoek naar soundscaping staat nog in de kinderschoenen, maar het duurt niet lang meer of je kunt ontwerpen vooraf analyseren op de rijkdom van het geluid.

Tot slot

Toeristen dringen soms dieper in het stedelijk weefsel door dan Amsterdammers, omdat ze tijd hebben en op zoek zijn naar ontdekkingen en verborgen plekken. Gelukkig zijn de rustige plekken meestal zo onspectaculair dat ze nooit grote hordes zullen trekken.

De wandeling hebben we bewust geheim gehouden, omdat het een contradictio in terminis zou zijn om die op een kaart te zetten, of op te nemen in een stiltegids van Amsterdam: hier is het rustig, komt allen! Maar misschien is dat te angstig gedacht en moeten we, speciaal voor Amsterdammers, juist een groot aantal van dit soort routes uitzetten, een labyrint van ‘achteromweggetjes naar je lagere school’.

Statements experts

Stadsbewoners worden continu blootgesteld aan een intensief bombardement van informatie, ervaringen, indrukken, emoties en ontmoetingen. Om afstomping van de zintuigen en overload van de geest te voorkomen zijn er plekken nodig waar de hoeveelheid indrukken juist minimaal is. Het Begijnhof zonder toeristen. De hofjes in de Jordaan. Delen van de stadsparken. Maar ook: dode hoeken in de Nieuwmarktbuurt. De Dapperstraat en de Albert Cuijpstraat, ’s avonds als de markt weg is en de vuilnismannen vertrokken zijn. Plekken waar eventjes veel ruimte is en weinig indrukken op je af komen, dat zijn de plekken waar je echt van de stad leert te houden.

Remco Daalder

De kortste weg is de drukste weg, bij elke hoek lonkt de afwezigheid.

Andre Dekker

Een plek waar ik de drukte van de stad ontvlucht is de tuin van de Vosmaerstraat. De tuin is zo groot als het hele blok en bestaat uit een klein bos van populieren, een grasveld, een betegeld deel met kastanjeboom en prachtige bloemperken met rozen, dahlia’s en tulpen in alle kleuren. Er zijn kippen, goudfazanten, papegaaien, moestuinbakken en heel veel kampvuren. Het is een gemeenschappelijke tuin die weliswaar niet vrij toegankelijk is maar tegelijkertijd door vele Amsterdammers gebruikt wordt. Iedereen die langsloopt, vergaapt zich aan de tuin, blij verrast dat zo’n mooie plek middenin de stad verborgen ligt. De tuin heeft kortom grote waarde, niet alleen voor zijn gebruikers maar voor iedereen die deze paradijselijke plek ontdekt te midden van de huizen.

Paulien Geerlings

Plekken die geschikt zijn om toe te eigenen (tijdelijk en permanent), worden eerder als rustige plekken ervaren, omdat ze de mogelijkheid bieden tot controle en voorspelbaarheid.

Sander van der Ham

Stille plekken zijn noodzakelijk voor de leefbaarheid van een stad

Maarten Hornikx

Voor mijn vertrek werd ik op een paspoortenbureau in Tallinn – toen nog Sovjet-Unie – gewaarschuwd dat het kapitalisme in Nederland echt was en dus meedogenloos. Maar dat het zo buitengewoon lawaaierig was, zeiden ze er niet bij.

Sana Valiulina

Kijken kan ook met je oren

Hannes Wallrafen

Bezochte plekken

De Liefde/Bilderdijkparkje

Da Costaplein Pesthuislaan Max Euweplein Nieuwe Weteringplein
Falckstraat Lepelkruisplein Wittenberghof/Nieuwe Kerkstraat Artisplein Binnenkadijksplein Nieuwe Hoofdhof Marineterrein

Filter op onderwerp