Week van de Stad


Westerdok

Thema Week van de Stad  - 16 november 2016

Vinex, daar doen we in Amsterdam niet aan, dat is iets voor de provincie, waar mensen in keurige rijtjeshuizen wonen. Oké, we hebben de nieuwbouwwijken IJburg en Nieuw-Sloten, maar die liggen allebei buiten de ring, dus die tellen niet echt. Klinkt logisch, maar alleen klopt het beeld niet, want ook het oostelijk havengebied is een rechtstreeks uitvloeisel van de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra (Vinex), die een kwart eeuw geleden bouwen in of aan de rand van de bestaande stad verordonneerde. De Vinex drong zelfs door tot de binnenstad: het Westerdokseiland valt er namelijk ook onder. En daarmee kan het vooroordeel over rijtjeshuizen meteen de prullenbak in: tuinen zul je hier vergeefs zoeken.
In 1997 schreef de gemeente een prijsvraag uit voor het verlaten rangeerterrein tussen Centraal Station en Silodam. De eisen pasten op een A4tje, zoals 838 woningen op een oppervlakte van nog geen vier hectare, waarvan 30 procent sociale huur, 40 procent middelduur (huur en koop) en 30 procent duur (idem). Zo’n dichtheid was in Nederland nog nooit vertoond. Architect Peter Defesche: ‘We moesten in Wenen en Helsinki en met name in Parijs gaan kijken wat dat in de praktijk betekent.’
Eén inzender koos voor hoge torens aan de randen en laagbouw in het midden, een andere voor een Jordaanachtige bebouwing van vijfhoog en smalle straten, maar Defesche zette forse appartementenblokken rond afgesloten binnenplaatsen. ‘Die collectieve cours zijn niet zo zeer een defensief antwoord op mogelijke overlast, maar vooral een manier om bewoners een eigen cultuur te laten creëren.’ Hij won.
Opmerkelijk is dat niemand in het geweer kwam tegen de gated communities die de facto ontstonden, een fenomeen dat elders garant staat voor ophef en protest. Defesche: ‘Ik kan niets met dat woord. Het Westerdokseiland was altijd een afgesloten terrein, dus we pakten de stad niks af. Integendeel: met de kades en het plein op de kop, die wel openbaar zijn, voegden we wat toe.’ Ook de sociale woningbouw verguldde de pil, al zijn die woningen binnen de blokken zorgvuldig apart gezet, met eigen deuren en liften.Westerdokseiland is – de naam zegt het al – echt een eiland. Het is omgeven door water, zodat het ondanks de hoge dichtheid niet claustrofobisch aanvoelt, maar waardoor het ook los staat van de stad. In de plinten zitten kantoren, een galerie, broedplaatsen voor kunstenaars en zelfs een paar cafés, maar winkels ontbreken. Voor je boodschappen moet je onder het spoor door naar de Haarlemmerstraat, een volslagen andere wereld.

Van de brede basis aan de kant van het station tot de messcherpe punt in het noorden is het Westerdokseiland opgedeeld in vier grote blokken, gescheiden door smalle straatjes die de namen van VOC-schepen dragen. De gemeente nam het politiek correcte zekere voor het onzekere en voorzag de straatnaamborden van een toelichting: ‘Een van deze schepen kan gebruikt zijn voor het vervoer van slaven.’
Als je langs het water loopt kun je de cours achter de grote glazen deuren zien liggen en met een beetje geduld – even wachten tot er een bewoner thuiskomt of weggaat – kun je er ook op. ‘We vinden het niet erg als mensen naar binnen glippen, meestal zijn het architectuurliefhebbers, of vriendjes van kinderen’, zegt Dick van der Vaart, voorzitter van de Vereniging van Eigenaren van het blok dat de grootste cour herbergt.
Maar waarom de deuren dan niet gewoon opengooien? Dat zoiets kan, laten de pakhuizen van het Entrepotdok zien, waar binnenstraten en dakterrassen vrij toegankelijk zijn. En in het oude centrum zijn onder andere de Spooksteeg en de Vredenburgsteeg, na jarenlange afsluiting vanwege drugsoverlast, overdag weer opengesteld. Van der Vaart schudt het hoofd: ‘Daar zouden de leden het niet mee eens zijn. Als je openheid had gewild, dan had de gemeente dat meteen moeten eisen.’
Medebewoner Bert Vegter gaat het niet zozeer om overlast, hij ziet de afsluiting vooral als bevestiging van het eigene. ‘Als je de glazen deur doorgaat ben je thuis. Ons blok telt 365 woningen, je weet dat iedereen die je op de cour tegenkomt in principe een buurman of -vrouw is. Dat maakt contacten makkelijker, in de acht jaar dat ik hier woon heb ik meer mensen leren kennen dan in de 28 jaar daarvoor in Hoorn.’
Vegter is de drijvende kracht achter Stadsdorp Westerdok, een club mensen die zich inzet voor ‘buurzaamheid’: onderlinge steun voor als mensen straks oud en ziek worden. Drie jaar geleden ging het stadsdorp van start: ‘Er zijn wat clubjes uit voortgekomen, onder andere voor yoga, film en lezen, maar we zitten nog altijd vooral in de kennismakingsfase. Eens per maand eten we met een man of dertig.’

De cour van Dick en Bert is niet alleen de grootste, maar ook de meest collectieve, of beter gezegd: de minst gereguleerde. Bij de drie cours van het zuidelijke blok hangen overal bordjes ‘De cour is geen speeltuin/sportterrein’. Op de grote cour mag wel worden gespeeld, er is zelfs een gezamenlijke kruidentuin. Maar ook hier heerste een punctuele orde: nergens een geparkeerde fiets, de lunchtafels van de bedrijven in de plint staan in slagorde, geveltuinen en plantenbakken ontbreken bijna geheel. Opvallend is dat bewoners aan de straatzijde, dus in de openbare ruimte, veel meer persoonlijke dingen uitstallen. Dat is stad, daar liggen ook woonboten die voor wat Amsterdamse anarchie zorgen.
Op het hek van de speelplaats van kinderdagerverblijf Westerdok, dat een strook van de grote cour gebruikt, hangt een bordje ‘verboden voor buurkinderen’. ‘Dat bordje hangt er pas sinds de zomer’, zegt manager Adriënne Tas, ‘buurtkinderen mochten onze spullen altijd gewoon gebruiken, maar er ging te veel kapot. Dat bordje is bedoeld als steun voor bewoners om kinderen aan te spreken als wij er niet zijn.’ Ze krijgt wel eens een klacht van een bewoner – een piepend fietsje – maar meestal gaat het wrijvingsloos. ‘Van de honderd kinderen op het kinderdagverblijf zijn er 85 afkomstig van het Westerdok. We hebben zelfs een wachtlijst, ik zou hier zo een nieuwe vestiging kunnen openen.’ Maar de kans daarop is klein: ‘De bewoners zullen nooit een stuk van de cour afstaan.’ Dit kinderdagverblijf stond ingetekend in de plannen, het is maar de vraag of het er zou zijn gekomen als de bewoners vooraf om toestemming was gevraagd. Het Westerdokseiland is nu zeven jaar oud en het ligt er precies zo bij als de stedenbouwers en architecten het indertijd hebben gepland. Niet minder, maar vooral ook: niet meer.

Nieuw
Oud, ouder, oudst – dat is de grondtoon van de Amsterdamse binnenstad. De middeleeuwse kern – grofweg het gebied binnen het Singel – werd in de zeventiende eeuw uitgerold tot aan de Singelgracht. In de negentiende eeuw kwam er nog een spoorlijn tussen stad en haven en werden de randjes tussen Lijnbaansgracht en Singelgracht opgevuld, en toen was het klaar. Nou ja, bijna klaar. De afgelopen twintig jaar zijn er een paar nieuwe buurtjes aan de binnenstad toegevoegd

Meer berichten uit
Week van de Stad

Praat mee!

5 november - WEEK VAN DE STAD

Heeft u een visie op de toekomst van de binnenstad? Of kan u met concrete initiatieven laten zien ho... Lees verder

WvdS2016 Driehoekbuurt

29 oktober - WEEK VAN DE STAD

In de Driehoekbuurt, het stukje Jordaan aan noordzijde van de Lindengracht, zijn de panden miljoenen... Lees verder

WvdS2016 Rond het Rokin

29 oktober - WEEK VAN DE STAD

Short stay: Buurten als deze vormen de draaideur van de stad: mensen wonen er kort (vijf jaar) en de... Lees verder